Veen, A., Veen, I. van der, Schaik, S. van, Leseman, P. (2017)

Kwaliteit in kleutergroepen en de relatie met ontwikkeling van kinderen. Resultaten uit het pre-COOL cohortonderzoek

 

Rapport 973

ISBN 94-6321-044-7

Amsterdam: Kohnstamm Instituut

 

 

Contactpersoon

voor onderzoek van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp wetenschappelijk, onafhankelijk en betrouwbaar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse educatie laat te wensen over

 

Er is weinig stabiliteit in kwaliteit van de voor- naar vroegschoolse fase: slechts een klein deel van de doelgroepleerlingen krijgt zowel in de voor- als in de vroegschoolse periode aanbod van (relatief) hoge kwaliteit. Pluspunt: er zijn wel kleutergroepen met een goed aanbod en hoge kwaliteit en daar is de ontwikkeling van doelgroepkinderen ook gunstiger.

 

Kleutergroepen onderzocht

Pre-COOL is een cohortonderzoek dat in 2009 is gestart om effecten van deelname aan voor- en vroegschoolse educatie op de ontwikkeling van kinderen te onderzoeken. Eerder zijn al rapporten over de voorschoolse fase verschenen. In dit onderzoek staat de vraag naar de kwaliteit in de kleutergroepen centraal. Gekeken is wat de relatie is tussen kwaliteit in de kleutergroepen en de ontwikkeling van kinderen uit de doelgroepen van het vve-beleid. Verder is onderzocht in hoeverre doelgroepkinderen te maken hebben met stabiliteit in kwaliteit in de voor- en vroegschoolse periode en wat de relatie is van vroegschoolse kwaliteitspatronen, vergeleken met voorschoolse kwaliteitspatronen, met de ontwikkeling van kinderen.

 

Matige kwaliteit

Doelgroepleerlingen gaan in de helft van de gevallen naar een school zonder erkend vve-programma. Op een school met vve-programma behalen leerlingen echter geen betere resultaten, zoals in de voorschool. De geobserveerde educatieve kwaliteit in kleutergroepen is matig tot onvoldoende en vaak lager dan in voorschoolse instellingen met een vve-programma. Educatieve kwaliteit betekent: actief faciliteren van de cognitieve en taalontwikkeling van kinderen door activiteiten aan te bieden die taalrijk zijn en aansluiten bij hun belevingswereld, waarin ze uitgedaagd worden om verbanden te leggen en na te denken. Bij hoge educatieve kwaliteit ontvangen kinderen individuele feedback die ze in staat stelt een stapje verder te komen in hun ontwikkeling.

Op scholen met veel doelgroepleerlingen zijn de condities wel wat gunstiger dan op scholen met weinig doelgroepleerlingen. Er is sprake van iets kleinere groepen en iets vaker is er dubbele bezetting aanwezig. Dit is echter niet terug te zien in de educatieve kwaliteit.

 

Weinig stabiliteit in kwaliteit

Namen doelgroepkinderen in de voorschoolse periode vaak deel aan voorschoolse voorzieningen met een betere kwaliteit dan kinderen die geen doelgroep vormen van het vve-beleid, in de kleutergroepen zien we dit niet terug. Er is weinig stabiliteit in kwaliteit: slechts een klein deel van de doelgroepleerlingen krijgt zowel in de voor- als in de vroegschoolse periode aanbod van (relatief) hoge kwaliteit. Doelgroepkinderen komen vanuit de voorschoolse voorziening zelfs vaker terecht in kleutergroepen met een lagere kwaliteit dan niet-doelgroepkinderen.

 

Pluspunt: ook kleutergroepen met hoge kwaliteit

Op dit gemiddelde beeld past een nuance: er zijn wel kleutergroepen met een goed aanbod en hoge kwaliteit en daar is de ontwikkeling van doelgroepkinderen ook gunstiger.

Bovendien is er effect gevonden van educatieve kwaliteit in de kleutergroepen op de rekenontwikkeling. Verder is het aanbod aan taalactiviteiten hoger op scholen met meer doelgroepleerlingen en is op die scholen meer aandacht voor het omgaan met diversiteit.

 

Het pre-COOL onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van NWO en het ministerie van OCW.