CohortOnderzoek OnderwijsLoopbanen het jonge kind / voor- en vroegschoolse educatie

 

In 2009 is een cohortonderzoek ‘jonge kind’ gestart, dat aansluit op het cohortonderzoek onderwijsloopbanen COOL5-18. Het doel van dit onderzoek is zicht te krijgen op de effecten van verschillende vormen van kinderopvang en van voor- en vroegschoolse educatie. In het ‘pre-COOL’ onderzoek worden twee cohorten kinderen gevolgd in hun ontwikkeling en schoolloopbanen. Het eerste, het zogenoemde vierjarigencohort, is gestart in 2009. We volgen deze kinderen vanaf de overgang van een voorschoolse instelling naar het basisonderwijs, tot in ieder geval het einde van het basisonderwijs. De tweede groep, het tweejarigencohort, bestaat uit kinderen die in 2010 twee jaar zijn geworden. Deze kinderen zijn in twee subgroepen onderverdeeld: kinderen die peuterspeelzalen, kinderdagverblijven of andere voorschoolse voorzieningen bezoeken, en kinderen die daar niet aan deelnemen. Beide groepen worden vanaf tweejarige leeftijd tot het einde van de basisschool gevolgd.

 

Het vierjarigencohort

Het vierjarigencohort is in 2009 gestart met het verzamelen van gegevens bij kinderen die in het schooljaar 2009/10 zijn ingestroomd in basisscholen die deelnemen aan COOL5-18. De gegevens hebben onder andere betrekking op de voorschoolse instelling (peuterspeelzaal, kinderdagverblijf) waar ze van afkomstig zijn. In schooljaar 2010/11 zaten deze kinderen in groep 2 van de basisschool en waren automatisch betrokken bij de tweede meting van COOL5-18.

Zie voor meer informatie www.cool5-18.nl

 

Het tweejarigencohort

Het tweejarigencohort bestaat uit twee groepen kinderen:

  1. kinderen die voorschoolse instellingen bezochten, deels dezelfde voorzieningen als de kinderen uit het vierjarigencohort en
  2. een aselecte steekproef van tweejarigen, woonachtig in dezelfde regio’s / postcodegebieden als de kinderen die onder A) vallen, en die niet aan de voorschoolse voorzieningen deelnamen.

Bij alle kinderen zijn tussen hun 2e levensjaar en hun intrede in het basisonderwijs verschillende keren ontwikkelingstestjes afgenomen. Daarnaast is bij de ouders informatie verzameld over de ontwikkeling van het kind en over de gezinsachtergrond.

 

In pre-COOL worden drie soorten gegevens verzameld:

  • gegevens over de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen;
  • gegevens over de gezinnen waar deze kinderen uit komen;
  • gegevens over de (kwaliteit van de) voorschoolse voorzieningen en de kleutergroepen van het basisonderwijs.

 

Pre-COOL wordt momenteel uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut en de Universiteit van Utrecht. Het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen heeft vanaf de start van pre-COOL tot aan de opheffing van het instituut per april 2016 ook als onderzoekspartner aan het pre-COOL onderzoek meegewerkt.

Het onderzoek wordt gesubsidieerd door NWO/PROO.

 

Nadere inlichtingen zijn te verkrijgen bij:

Drs. A. Veen (Kohnstamm Instituut) pre-cool@kohnstamm.uva.nl

020-5251328

 

Prof. Dr. P. Leseman (Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, afdeling pedagogiek)

030-2534931

productie en onderhoud: Elion.nl